Ook wij gaan van legbatterij naar vrije uitloop!
Leuk stuk in Ode over het nieuwe kenniswerken: geen vaste plaats en plek, geen vast tijdstip.
Een pleidooi voor het ‘nieuwe werken’: maar wel een hogere nettowerktijd en meer bevrediging.
Het nieuwe werken is in enkele opzichten het oude werken. Van voor de
industriële tijd. De industriële arbeid was extreem plaats- en
tijdafhankelijk. De agrarische arbeid was vooral seizoensafhankelijk en
daartussendoor en omheen waren er de trekarbeid (de oudste vorm van
uitzendwerk), het ambacht, dat vaak een werkplaats nodig had, en de
handelsreizigers en marskramers. Al die arbeid bestaat nog steeds, al
is zij vaak van vorm en kleur veranderd.
Kenniswerk bestaat al langer, maar heeft recentelijk een hoge vlucht genomen. Zo is dertig procent van de Nederlandse beroepsbevolking hoogopgeleid. Veel kenniswerk is in essentie plaats- en tijdsonafhankelijk. De moderne ICT-technologie maakt van ‘naar je werk gaan’ een triviale bezigheid. Werken kan overal.
http://bit.ly/cDb4Gi voor het gehele artikel, hierbij de highlights:
Enthousiasme. Het nieuwe werken kan werkers een gebalanceerd
leven geven, de zorg voor kinderen rechtvaardiger en bevredigender
verdelen, de productiviteit verhogen, de autonomie van werkers
versterken, het milieu beschermen en kantoorkosten verlagen. De
traditionele kantoorbaan negeert persoonlijke bioritmen en egaliseert
die naar de grootste gemene deler. Zolang de machine de bewegingen
bepaalt, is dat allemaal zo erg niet. De een zijn dip is de ander zijn
bevlogen uur. Het maakt op de uitkomst niet zoveel uit.
Als de prestaties persoonsafhankelijk worden, is het plotseling wel
betekenisvol. Wie een ochtendmens in de avond vragen stelt, krijgt
minder kwaliteit. En het is onverstandig om een avondmens in de ochtend
een gunst te vragen. Balans en prestaties hangen met elkaar samen, voor
wie op duurzame prestaties uit is.
Fysiologisch is het nieuwe werken logisch, sociologisch ook. De zorg
voor kinderen is vaak lastig te combineren met de negen-tot-vijfbaan.
Het nieuwe werken ‘krult’ zich om de familieverplichtingen als een
klimop om een boom. De nettowerktijd van het nieuwe werken is hoger,
ook omdat de resultaten tellen en niet de bestede tijd. Wie het binnen
de norm kan, is een vakvrouw die geluk heeft. Voor de anderen is de
verlengde inspanning ‘de prijs van de vrijheid’. De gemeten
productiviteitsstijging loopt in extreme voorbeelden in de richting van
twintig procent.
En dat tegen minder kosten. Elke werkgever gaat ervan kwispelen. Minder
vierkante meters kantoor, minder reistijden en een fors lagere
milieubelasting komen daar nog bovenop. En bovendien een hoge
autonomie, die na een periode van gewenning leidt tot minder stress.
Dat laatste is een dubieuze belofte. Waar de een de vrijheid als
bevrijding ervaart, is ‘de uitsteller’ altijd aan het werk. Werk dat
nog niet gedaan is, is — na de baas en de veeleisende klant — de
grootste stressfactor. Je vraagt je niettemin af waarom we zolang
gewacht hebben.
Ik ben enthousiast! Jij ook?
Het nieuwe werken komt niet. Het is er al. Na de
boerderij, de fabriek en het kantoor staat nu de weg open naar de vrije
ruimte. De legbatterijen van weleer maken plaats voor de vrije uitloop.
Harry Starren is directeur van opleidingscentrum de Baak en schreef dit voor Ode.
